Terug naar overzicht   Printervriendelijk versie

Jasper Boks, Sportweek, 11 januari 2008

De 10 van MichaŽlla Krajicek

ĎIk moet vaker op mijn tong bijtení

Op 9 januari wordt ze 19 jaar. Haar verjaardag viert de tenisster aan de andere kan van de wereld. Dat begint maandag de Australian Open. Sportweek lege MichaŽlla Krajicek tien stellingen voor. ďIk wil de top twintig iní.

1. Het jaar 2007 heeft niet gebracht wat ik ervan had verwacht.

"Eťn van mijn doelen was de top dertig halen en dat is niet gelukt, ik eindigde het jaar als 335te. En ik heb te vaak in de eerste ronde verloren, een paar keer wist ik een partij er niet uit te trekken tegen een op papier mindere tegenstandster. Ik ben nog niet constant genoeg. Op Wimbledon haalde ik de kwartfinale, dat resultaat sprong eruit in 2007. Heel speciaal, ben ik erg tevreden mee. Maar ik moet daar ook niet tť blij mee zijn, zo bijzonder was het nou ook niet. Laten we wel zijn: de enige speelster uit de top tien die ik daar versloeg, was Anna Chakvetadze. Van de andere tegenstandsters op Wimbledon hoorde ik, gezien mijn ranking, te winnen. Het was jammer dat ik die lijn niet wist door te trekken richting de US Open. Ik had het graveltoernooi in Palermo daarna niet moeten spelen. Het was afgesproken en ik verwachtte niet dat ik het zo goed zou doen op Wimbledon. Doe ik nooit meer: van gras, via gravel naar hardcourt. En toen verzwikte ik in Toronto bij een 4-0 voorsprong tegen Shahar Peer ook nog mijn enkel, waardoor ik een week niet kon spelen. Die blessure heeft veel roet in het eten gegooid. In die periode heb ik een paar keer ťťn overwinning van de top dertig afgezeten. Helaas.
"Als ik terugkijk op 2007, dan zeg ik: veel geleerd en zelfvertrouwen opgedaan. Ik zag in wat ik in bepaalde partijen miste. Dat zie je aan de buitenkant niet, maar dat weet ik dondersgoed."

2. Het is jammer dat mijn vader een stapje terug heeft gedaan.

"Ja en nee. De persoon die mij het beste kent, gaat niet zo vaak meer met me mee. Ik kan hem niet meer zo gemakkelijk om advies vragen, moet het vaker zelf uitvogelen. Mijn vader heeft me zo veel en goed geholpen. En we hadden veel lol. Zijn aanwezigheid gaf mij een vertrouwd gevoel. Ik mis hem.
Maar hij en ik worden ouder. Het is goed om eens van een ander adviezen te krijgen en met iemand anders te reizen. Bovendien moet mijn vader om zijn gezondheid denken en het is goed dat hij er in TsjechiŽ is voor mijn moeder en broertje.
"Maar het was wel vreemd, hoor, voor het eerst op pad zonder hem. Was na Wimbledon. Ik was de week voor ik wegging erg nerveus, de dag voor vertrek begon ik zelfs te huilen. Voor mijn gevoel sloot ik een deel van mijn carriŤre af. De tijd zonder mijn vader, die een keer zou komen, was aangebroken."

3. Met achttien jaar ben je als tennisster volwassen.

"Ha, ik huil niet meer zo vaak. Daar confronteerden ze me in het tv-programma Holland Sport mee. Ik word ouder. Maar na sommige wedstrijden můťt ik huilen. Als ik in de kwartfinale van Wimbledon sta en ik geef tegen Marion Bartoli een voorsprong uit handen, dan hůren die tranen te komen. Dat emotionele zal blijven.
Natuurlijk ben ik nog niet helemaal volwassen. Het is voor mij net begonnen. Mijn vader zei afgelopen jaar vaak voor de grap dat ik nog juniorentoernooien mocht tennissen. Daar ben ik drie jaar geleden al mee gestopt, maar het mocht nog wel tot mijn negentiende. Vanaf deze week ben ik op papier geen junior meer. Ik begin nu pas echt dingen te beslissen en ik heb ook de macht om besluiten te nemen. Als het om mijn begeleiding gaat, maar ook over sponsorcontracten. Mijn manager regelt die dingen en mijn vader helpt daarbij, maar ik zeg ja of nee."

4. TsjechiŽ is het mooiste land van de wereld.

"Praag is mooi en TsjechiŽ heeft een mooie natuur, maar het is voor mij niet het mooiste land. Ik heb al veel landen gezien en vind dat Nederlanders boffen met hun land. Ik voel mij hier thuis, ga na mijn tenniscarriŤre zeker in Nederland wonen. Als ik in TsjechiŽ zit, mis ik de Nederlandse taal en de gezelligheid. Voor mijn tennis is het beter dat ik nu de meeste tijd in TsjechiŽ doorbreng. Daar zijn de faciliteiten beter. Hier heb ik het probleem dat ik niet met veel meisjes kan trainen. Hopelijk verandert dat snel. In TsjechiŽ kan ik met speelsters als Lucie Safarova en soms Nicole Vaidisova traincn. Er zijn daar veel speelsters die rond of in de top honderd staan. In Nederland is het voor mij beter om met jongens te trainen. Maar jongens vinden het niet zo leuk om tegenover mij te staan. Is in TsjechiŽ ook zo. Angst? Ik weet niet wat het is. 'Met MichaŽlla trainen?' hoor ik dan. 'Maar dat is een meisje!' Als ze me nou helemaal van de baan zouden slaan, dan hebben ze een punt, maar dat is niet zo."

5. Ook zonder een tenniscoach kun je de top tien bereiken.

"Bartoli werkt met haar vader. Elena Dementieva heeft ook nooit een echte tenniscoach gehad. Het is dus mogelijk. Er is veel gezegd en geschreven over mijn coachsituatie. En om eerlijk te zijn heb ik niet alles gelezen. Omdat ik niet vaak in Nederland ben, zeg ik tegen Daphne en Riehard altijd: 'Bewaar de artikelen over mij waar ik wat aan heb.' Soms is het goed om eens iets negatiefs over jezelf te lezen, dat opent de ogen. Als het opbouwende kritiek is, dan kan dat geen kwaad.
"Als het over mijn begeleiding gaat, vind ik dat ik het goed heb opgelost. Voor mij was het belangrijk dat ik een performance coach, zoals Allistar McCaw zichzelf noemt, kreeg. Hij weet alles van voeding en mentale begeleiding en hij is mijn fysieke coach. En hij heeft zelf ook getennist. We, mijn vader en ik, hebben alles op een rijtje gezet en kwamen erachter dat zo iemand voor mij op dit moment in mijn carriŤre het belangrijkste is. Belangrijker dan een tenniscoach. Daar stonden Richard en de mensen dicht om mij heen ook achter. Dat deed me goed. Wat anderen van mijn beslissing vinden, is voor mij minder interessant. En misschien is de situatie over een jaar weer anders. Als het heel goed gaat, kan ik met Allistar blijven werken en er nog een trainer bij nemen."

6. Ik had veel eerder met een fysieke trainer moeten gaan werken.

"Ik werk al heel lang met een conditietrainer, maar het was nooit iemand die met mij reisde. Had ook met de financiŽn te maken. Ik reisde met mijn vader en betaalde voor hem alle onkosten. En ik kwam net van de junioren en dan heb je nog niet veel verdiend.
"Toen mijn vader besloot minder te gaan reizen, was het voor mij meteen duidelijk dat een fysieke trainer zijn plaats in moest nemen. Op dat gebied valt voor mij de meeste winst te boeken. Feit is dat ik veel meer spieren kan krijgen. In het vrouwentennis is het fysieke deel de laatste jaren veel belangrijker geworden. Als je de top wilt halen, moet je in de eerste plaats erg fit zijn. Iedereen is afgetraind. En dan zegt iedereen: 'Ja, maar Bartoli dan.' Zij is een uitzondering. Het ziet er niet uit wat ze doet, maar ze is gewoon goed. Ze is op andere vlakken erg goed, vooral mentaal en tactisch. Petje af."

7. Richard heeft altijd gelijk.

"Ha, zo'n groot compliment ga ik hem niet geven! Hij staat altijd voor me klaar als ik advies wil hebben of met hem wil trainen. Hij is belangrijk voor mijn carriŤre. Ik vind het ook fijn dat hij achter beslissingen staat die ik neem. Daarom ga ik bij hem te rade.

8. Het uiterlijk is voor een tennisster heel belangrijk.

"Tennis is tegenwoordig zo commercieel. Dat brengt met zich mee dat het belangrijk is hoe een speelster zich gedraagt en eruitziet. Neem Maria Sharapova en Ana Ivanovic. Image is everything. Je moet er professioneel en goed verzorgd uitzien als je de baan opstapt. En ook naast de baan is het goed als je er fris en leuk uitziet. Ook voor de sponsors.
"Ik hecht veel waarde aan de kleding die ik draag op de baan. Ik was de afgelopen jaren nog te jong om naar mijn kledingsponsor toe te stappen en te zeggen: 'Zo wil ik eruitzien en die kleding wil ik dragen.' Op dat gebied ben ik nu meer volwassen. Ik weet wat ik wil en vooral wat ik niet wil. Bij mijn kledingsponsor K-Swiss heb ik aangegeven dat ik donkerrood, donkerblauw en zwart mooi vind en dat die kleuren ook het beste bij mij passen. Hebben ze rekening mee gehouden voor mijn kleding tijdens de Australian Open. Onderschat niet het belang van de kleding voor een tennisster. Als je moet rondlopen in kleding die je niet mooi vindt of waar je je niet goed in voelt, dan heeft dat invloed.
"En dan mijn kapsel. Ik wilde afgelopen jaar heel graag mijn haar kort hebben. Praktisch. Ik was dat lange haar gewoon zat. Ik ging in februari naar een haarstudio in TsjechiŽ waar ze zo'n computer hebben die laat zien hoe een kapsel je staat. Het korte kapsel zag er goed uit, vond ik. Ik dacht: ik doe het. Van mijn familie en vrienden kreeg ik goede reacties. Maar ik ben niet blind en doof, hoorde de reacties die mijn nieuwe kapsel opriep. Ik hoorde over mezelf dat ik lesbisch was. Mijn kapsel werd als reden opgevoerd. Het was niet fijn om dingen over jezelf te horen die niet waar zijn. Ook niet voor mijn ouders. Mijn vader wijde zo graag duidelijk maken dat het niet waar was, heeft hier en daar wat geroepen. Wat een reacties een bezoekje aan de kapper op kan roepen! Het was allemaal niet Ieuk. Dat is ook de reden dat ik mijn haar weer lang laat groeien."

9. Liegen mag als professionele sporter.

Liegen is niet okť. Je kunt cr wťl voor kiezen niet alles te zeggen. Dat is iets anders. Ik ben van nature een flapuit. Ik heb dit jaar geleerd dat het soms beter is om niet alles er meteen uit te gooien. Heeft mijn broer mij ook op gewezen. Ik heb aangegeven dat ik rond Roland Garros door privť-problemen een tijdje niet lekker in mijn vel zat. Die opmerking is een heel eigen leven gaan leiden. Werd mijn haar erbij gehaald en weet ik wat allemaal. Er werden allemaal verkeerde conclusies getrokken, niemand begreep wat ik bedoelde. Lekker! En omdat het privť was, wilde ik er verder niets over kwijt. Nou, zoiets doe ik dus niet meer! Moet ik wel op letten, hoor. Ik ben heel open en spontaan, zeg snel wat ik vind en denk. Ik moet vaker op mijn tong bijten en wat langer wachten op het goede moment om dingen te zeggen. Zodoende leer ik elke keer bij."

10. Eind 2008 moet ik in de top twintig staan.

"Dat is mijn doel. Ik ben klaar om die stap te maken. Er zijn geen verrassingen meer voor me, ik heb ruim twee seizoenen meegedraaid bij de profs. Ik kan dat niveau aan. Ik voel mij net zo goed als de andere jonge meiden die rond de twintig staan. Iemand als Agnieszka Radwanska. Zij won op de US Open van Maria Sharapova en toen dacht ik: lekker is dat! Twee weken eerder verloor ik nipt met 6-4 in de derde set van Maria. Als Radwanska het kan, dan kan ik ook van Sharapova winnen.
"Ik voel dat ik steeds dichter bij de echte toppers kom. Nu is het zaak om zulke speelsters te kloppen. Ik moet nog iets meer zelfvertrouwen hebben. Een paar keer had ik bij een belangrijk punt in de derde set een slechte instelling. Wilde ik denken: nu geen fout maken. Maar ik moet denken: ik ga die bal maken, heb er zoveel voor getraind. Wat dat betreft is Allistar McCaw meer dan alleen mijn conditietrainer, hij helpt mij bij dat mentale aspect. Het moet ertoe bijdragen dat ik volgend jaar heel anders op de baan sta tijdens de belangrijke punten. Niet arrogant, maar met meer zelfvertrouwen.
"Maar 2008 voelt nou ook weer niet als het jaar van de waarheid. De top twintig is mijn doel. Daar ga ik voor, dat is de druk die ik mezelf opleg. Als ik het jaar afsluit als nummer 21, dan kan ik daar vrede mee hebben. Weet je wanneer ik minder tevreden ben? Als ik eind volgend jaar nog buiten de top dertig sta en ik kan niet een blessure opvoeren als excuus. Maar ja, mocht dat onverhoopt gebeuren, dan zal ik niet meteen stoppen met tennis, hoor."

De Week van Michaella Krajicek

"Ik reis meestal op vrijdag naar een toernooi, zodat ik zaterdag en zondag kan trainen. Twee uur tennis en twee uur conditie. Is ook afhankelijk van de weersomstandigheden. In AustraliŽ train ik vaak wat minder, omdat ik daar erg moet wennen aan omstandigheden als de temperatuur. Dan kun je beter een beetje rondlopen om te wennen. Verder rust ik veel zodat ik fris ben voor de eerste ronde. Tijdens het toernooi kijk ik aan hoe het gaat. Als ik in de eerste ronde goed heb gespeeld, houd ik vast aan mijn schema. Als het niet zo loopt als ik wil, zal ik tijdens het toernooi wat meer trainen.
"Ik kan zeker niet alles eten wat ik wil tijdens een toernooiweek. Je moet juist extra op je voeding letten. Geen snoep, weinig vetten, maar wel veel koolhydraten. Veel pasta eten. Niet te veel brood, want daar eet ik snel te veel van. Je moet er alles aan doen om optimaal voorbereid op de baan te staan. Dat betekent dus ook dat je slaappillen meeneemt, zodat je zeker weet dat je voldoende uitgerust bent. Normaal gesproken ga ik rond tien uur slapen en dan sta ik rond zeven uur op.
"Ik neem altijd een paar dvd's mee en een boek. En muziek. Alle nieuwe Hitzones. Mijn laptop vergeet ik nooit. Met mijn rackets en telefoon is dat het belangrijkste wat ik bij me heb. Ik kan niet zonder. Elke dag bel, mail of sms ik even naar huis.