Terug naar overzicht   Printervriendelijk versie

NRC Handelsblad, 14 januari 2006

Ik denk en leef in extremen

Zeven jaar na het afscheid van de topsport keerde atletiektrainer Frans Thuijs (50), regisseur van het olympisch goud van Ellen van Langen, terug. Als conditietrainer van tennisster MichaŽlla Krajicek. Tennis is onderontwikkeld.

In zijn woonkamer staan vier rackets tegen de muur, want ja, Frans Thuijs staat zelf ook regelmatig op de tennisbaan. En hoe? Als topspelers gas geven, ben ik gezien. Verder kan ik ze als gewezen atletiektrainer heel aardig raken, al zeg ik het zelf. Zes jaar lang tenniste hij, totdat hij op zijn 21ste bij zijn ouders aanklopte met een paar hardloopschoenen. En een verheugende mededeling: Pa en ma, ik ga hardlopen, ik gawereldkampioen worden, het is maar dat jullie het weten.

Wereldkampioen werd hij niet, wel een vakbekwaam trainer, die bijna veertien jaar geleden aan de basis stond van de olympische triomf van Ellen van Langen op de 800 meter. Acht jaar geleden keerde hij de atletiek de rug toe. Hij, vaak verketterd als een eigengereid en arrogant baasje', was het wereldje beu en bovendien moest er geld verdiend worden. Thuijs begon zijn eigen interim-managementbedrijf in de ICT. De jarenlang zo verslavende topsport leek ver weg.

Tot twee jaar geleden, toen hij tenniscoach Rohan Goetzke tegen het lijf liep. De voormalige steun en toeverlaat van Wimbledon-kampioen Richard Krajicek zocht voor zijn toenmalige pupil Mario Ancic een kracht- en een conditietrainer. Of Thuijs de Kroaat niet eens onder handen wilde nemen. Hij stemde toe. Het beviel goed, van beide kanten, en van het een kwam het ander. Een paar keer ben ik mee geweest naar toernooien. Veel geleerd,vooral over de techniek en tactiek. Die facetten kende ik niet, de restwel. In de basis is topsport hetzelfde.

Maar wat hij zag, beviel hem maar mondjesmaat. Atletiek is veel verder dan tennis, dus in die zin was het een stap terug. In de atletiek wordt inde top niet maar wat aangemodderd, in het tennis wel. Daar heeft nog nooit iemand gehoord van, bijvoorbeeld, massage als een vorm van preventieve blessurebehandeling. Ja, achteraf op de tafel liggen. Dat vinden ze lekker. Maar vooraf? Begrijpt niemand. Wat dat betreft is het een onderontwikkelde sport. Die woorden zullen me niet in dank afgenomen worden, maar ik zeg altijd maar: als je niet weet dat je niet alles weet, dan denk je dat je heel wat weet. Tennis is, zoals zoveel sporten, een heel gesloten wereldje,waar je met geŽigende middelen die ze al twintig jaar gebruiken een heeleind kan komen. Dat de sport evolueert, ontgaat de meesten.

Toch draagt tennis het stempel van een professionele en strak geregisseerde topsport. Thuijs weet inmiddels wel beter. Het is vooral een financiŽle wereld: alles draait om geld. Tennis heeft als voordeel dat het een tv-genieke sport is. Was dat niet zo, dan was het een soort korfbal. Tennissers denken en handelen op basis van de gedachte: we moeten veelspelen, dan zijn we goed bezig. In de atletiek heb je maximaal te besteden tijd. Iedere atleet weet: ik kan niet meer trainen dan ik kan rusten. Je kan niet acht uur trainen, want in de resterende zestien uur kan je onvoldoende rusten om de volgende dag weer optimaal te kunnen trainen.

Maar zo doordacht gaan tennissers niet te werk, ondervond Thuijs. Al waren zijn adviezen niet aan dovemansoren gericht. Ik had als voordeel dat ik met Rohan werkte. Krajicek kon fantastisch tennissen, daar geen misverstand over, maar dankzij een kundig trainer als Rohan heeft hij Wimbledon gewonnen. Zonder hem had ik het nog moeten zien. Zoals Ellen zonder mij vermoedelijk ook geen olympisch kampioen was geworden. Dat klinkt zelfingenomen, maar zo is het wel. Topsport draait om controle. Of beter: om totale controle, en bij Ellen had ik indertijd het gevoel dat ik alle parameters onder controle had. Het enige wat buiten mijn invloedssfeer lag, waren haar tegenstanders en het weer.

Maandag begint de Australian Open, en in Melbourne ontbreken opvallend veel topspelers wegens een blessure. Het verbaast Thuijs niet. Wie zaken als kracht-, conditie- en snelheidstrainingen verwaarloost, die moet niet gek opkijken als-ie af en toe buitenspel staat in zo'n fysiek veeleisende sport. Wat dat betreft betalen ze de prijs voor hun eigen nonchalance. Het gros wil niet wil zien en begrijpen dat hun sport steeds fysieker wordt,en dat er steeds harder geslagen wordt.

En dus grijpen velen naar de doping? Als atletiektrainer verzette Thuijs zich fel tegen het in zijn ogen wijdverbreide gebruik van verbodenmiddelen. Wat voor de atletiek geldt, geldt ook voor tennis: daar wordt gebruikt. In elke sport waar geld omgaat, is doping. Overal waar auto wordt gereden, wordt te hard gereden. Zo logisch als wat. Het misverstand is alleen dat veel sporters denken: als ik niet positief ben, dan gebruik ik geen doping. Rot op! Als jij suppleert tot vlak onder de toegestane waarde,gebruik je. En dat is aan de orde van de dag. Het gaat niet om het gepakt worden, het gaat om gebruiken.

Een paar weken nadat Thuijs wegens tijdgebrek was gestopt als begeleider van Ancic, hing Goetzke's voormalige protťgť Krajicek aan de lijn. Met de vraag of de coach uit Maartensdijk zijn halfzusje MichaŽlla wilde begeleiden. De afspraak was nog niet gemaakt of de jongste Krajicek liep een scheurtje op in de meniscus van haar rechterknie bij het toernooi in Rosmalen.

Thuijs: Toen was de vraag ineens: kan jij de revalidatie voor je rekening nemen, en in het verlengde daarvan haar gestel? Ook goed. Er moest het nodige gebeuren, want MichaŽlla had nog nooit aandacht besteed aanhaar fysieke gestel. Ik moest van onderaf opbouwen, vanaf de onderste steen. Ze luisterde goed, met dien verstande dat alles wat ik over tennis zei het ene oor inging en het andere weer uit. Ik was er voor haarconditie, niet voor het tennis. Dat is de juiste instelling. Ze twijfelt niet. Verder moest ik me aanpassen aan de trainingsfilosofie van diegene die de lijnen uitzet, haar vader.

Met Petr Krajicek kon Thuijs naar eigen zeggen goed door de bocht,ondanks verschillen van inzicht. Zoals veel tennistrainers stelt Petr zich op het standpunt dat als je genoeg tennist, je ook genoeg fysieke arbeid verricht. Kracht is voor hem geen volwaardige parameter, zoals bij mij. Daar hebben we veel over gepraat, zonder dat het tot consensus leidde. Maargoed, ik accepteer zijn mening, hij de mijne. Kracht is en blijft voor mij een voorwaarde voor een optimale prestatie.

Maar geen consensus betekent een compromis. Wie Thuijs ook maar een beetje kent, weet dat hij compromissen verafschuwt. Topsport duldt geen halfbakken oplossingen. Zo was het toch? Thuijs: Klopt, maar ik had geen keuze. Ik had ja' gezegd, ik wilde zelf ook leren. Noodgedwongen heb ik de wet van de kleine beetjes' toegepast. Rondom elke tennistraining heb ik iets gedaan. Achteraf kan je zeggen: het is gelukt. Misa mocht niet opnieuw geblesseerd raken ťn we hebben iets opgebouwd. Toch gingen beide partijen vorige maand uiteen. Niet met slaande deuren, maar heel simpel omdat ik niet in hun financiŽle plaatje paste.

Wat rest, zijn de wijze lessen die Thuijs opstak. Het was fascinerend om Petr aan het werk te zien. Hij staat niet toe dat er tijdens trainingenonnodige fouten worden gemaakt. Dat zie je terug in haar wedstrijden. MichaŽlla verliest wel punten, maar dat zijn punten die je mŠg verliezen. Ballen die niet gemist mogen worden, zie je haar zelden missen, ook niet in trainingen. Er zijn maar weinig tennissers die zo geconcentreerd trainen als zij. De meesten verspillen hun tijd en verspelen zo dagen, weken, ja misschien wel maanden.

Of hij doorgaat in het tennis? Thuijs zegt het niet te weten. Ik hoefniet zonodig, en wil al helemaal geen wereldverbeteraar zijn. Ik heb ook qgeen boodschap aan mensen die zeggen: hij komt uit de atletiek, hij weet niets van tennis, hij moet zijn mond houden. Laat iedereen zijn ding doen. Als atletiektrainer ben ik vaak aangevallen en afgeschilderd als een of andere onnozele hals die niet wist wat-ie deed en bij wie het succes kwam aanwaaien. Prima, ik kan het niet helpen dat die mensen nog niet de helft weten van wat ik weet. Het enige wat ik wil, is krankzinnig veel lol hebben. Dat doe ik. Als ik morgen doodga of over veertig jaar, dan druk ik de deksel nog even open en zeg: ik heb me kostelijk geamuseerd. Dat kunnen niet zoveel mensen zeggen.

Binnenkort hoopt hij een kijkje in de keuken te nemen bij de onbetwiste nummer ťťn van de wereld, Roger Federer. Rohan kent hem vrij aardig, dus via hem hoop ik een soort stage af te dwingen. Of het lukt weet ik niet,maar die man fascineert me. Federer is zijn concurrenten lichtjaren voor. Waarom? Ik weet bijna zeker omdat hij keuzes maakt waar anderen niet eens bij stilstaan. Die jongen denkt na over het spelletje. Als hij al zijn keuzes eens zou toelichten - vooropgesteld dat hij daartoe in staat is -dan vallen de schellen bij menigeen van de ogen.

Voorlopig treedt Thuijs op als de begeleider van zijn enige zoon. Hij is veertien en gek van tennis. Vorig jaar is hij mee geweest naar Roland Garros. Hij zei: pap, dat wil ik ook. Ik zei: prima, dan gaan we dat doen. Mijn kinderen hebben een vrije opvoeding gehad, maar twee dingen heb ik ze goed bijgebracht: ambitie en discipline. Die twee eigenschappen heeft Tim,en Nikki en Tess ook. Nu hoor ik mensen al denken: ach gut, zijn zoon moet ook zonodig in de topsport. Bullshit, want als dat zo was geweest, had ikhem op z'n vierde een racket in handen geduwd. Het is zijn keuze, niet demijne, maar ik steun hem. En het mooie is: sinds hij vorig jaar de keuzeheeft gemaakt voor het tennis zijn zijn prestaties op de havo dubbel zogoed.

Binnenkort hoopt hij zijn inzichten te bundelen, in de vorm van een boek. Het is geen afrekening. Ik ben geen vijftig geworden om even lekker om me heen te schoppen. Ik heb geleerd dat er mensen zijn die anders denken dan ik. Wat niet wil zeggen dat de scherpe kantjes eraf zijn. Maar ik schrijf het omdat ik denk dat velen er baat bij hebben. Het valt me niet mee, want ik heb zoveel in m'n hoofd dat het niet eenvoudig is om dat allemaal in begrijpelijk Nederlands op papier te krijgen, en dan ook nog eens op de juiste toon. Het wordt een weerslag van mijn werkwijze die Ė en dat is aantoonbaar - gewoon werkt. Niet alleen voor trainers en coaches,ook voor sporters zelf. Die doen, zeker in Nederland, niet of nauwelijks marktonderzoek naar de vraag: wie kan mij beter maken? Ze leggen hun lot in handen van de eerste de beste die ze tegenkomen. En dat terwijl Nederland amper goede trainers telt. Denken ze zelf trouwens anders over. Want als je het ze vraagt, zullen negenhonderd trainers zichzelf een plaats bij de beste vijfentwintig toedichten.

Een titel voor zijn sportieve testament heeft Thuijs al, maar weigert hij prijs te geven. Het wordt in elk geval niet dat ene prikkelende zinnetje op zijn voicemail: De kortste weg is vaak de mooiste. Thuijs:Veel mensen stellen er een eer in om zo complex mogelijk hun doel te bereiken. Ik niet, ik denk en leef in extremen, maar hecht aan eenvoud. Het moet behapbaar zijn. Het gaat om de basics, altijd en overal.